Jan Toorop

Johannes Theodoor Toorop (Purworedjo, Java, 20 december 1858 - Den Haag, 3 maart 1928), schilder, graficus en sierkunstenaar.

Jan Toorop was de zoon van Christoffel Theodoor Toorop, een regeringsambtenaar in het toenmalige Nederlands-Indië en de inlandse Maria Magdalena Cooke. Hij was gehuwd met Annie Hall en had één dochter, de latere schilderes Charley Toorop. Hij bracht zijn jeugd door op Java. In 1892 verhuisde hij naar Nederland en volgde een cursus tekenen aan de Polytechnische School te Delft (1876-1879). Voorts studeerde hij aan de Rijksacademie voor Beeldende Kunsten te Amsterdam (1880-1882) en aan de Ecole des Arts Décoratifs te Brussel (1882-1885).
Toorop was gevoelig voor invloeden; daarvan getuigt de grote verscheidenheid aan uitdrukkingsvormen en technieken. Zo ontwikkelde hij zich via het realisme, impressionisme en post-impressionisme na 1890 in een symbolistische richting. Daarbij putte hij uit literaire en muzikale bronnen en uit verre culturen. In zijn tamelijk ondoorgrondelijke symboliek speelde het beeld van de vrouw een belangrijke rol. Zijn tekeningen en litho’s worden gekenmerkt door het vloeiende lineaire van de Art Nouveau.
Het werk van Toorop is niet los te zien van zijn karakter en levensomstandigheden. Zijn tekenbegaafdheid, belangstelling voor maatschappij, kunst en speciaal voor de literatuur en zijn hang naar mystiek bepaalden mede zijn veelzijdigheid. Toorops zoekende geest kwam tot rust met zijn overgang tot het rooms-katholicisme in 1905. Hierna kiest hij bijna uitsluitend religieuze onderwerpen en portretten en hij  schilderde in een wat meer geometrische stijl.

Domburg en Westkapelle
In de zomer van 1898 kwam Toorop voor de eerste keer naar Domburg. Hij maakte er realistische duinlandschappen en zeegezichten, meestal in neo-impressionistische stijl. In 1903 verhuisde hij van Katwijk naar Amsterdam en sindsdien zou hij jaarlijks naar Domburg terugkeren voor een zomerverblijf. Hij logeerde dan hij verscheidene Domburgse families, later vooral hij de familie Elout. Het werden vruchtbare perioden, waarin hij vooral veel tekende: portretten van zijn vrienden en van Domburgers, boereninterieurs, het badleven en landschappen. 
Op initiatief van Jan Toorop werden vanaf 1911 tien jaar lang kunsttentoonstellingen georganiseerd, in een speciaal door Toorop ontworpen "kunstzaal", door de plaatselijke bevolking ook "het kotje van Toorop" genoemd. Deze  jaarlijkse exposities waren een groot succes. In 1919 verbleef hij ook een tijd op het Heerenhof te Oosterland. Na 1920 werd zijn gezondheid slechter: door een verlamming van de benen kon hij moeilijk meer reizen en in 1922 of 1923 is hij voor het laatst in Domburg geweest. In zijn laatste jaren tekende hij vooral religieuze voorstellingen in een strak gestileerde, lineaire stijl, die vooral in katholieke kringen zeer populair werden en talloze malen werden gereproduceerd. De charismatische Jan Toorop wist ook het vertrouwen van de Walcherenaren te winnen, getuige de talloze malen dat ze voor hem poseerden. Voor de bekende apostelkoppen, illustratief voor zijn religieuze werk na 1905, stond de Westkappelaar Izaak Faase (Sakke van Rol, 1844-1925) model. 

Apostelkoppen, waarvoor Sakke van Rol model stond

In Domburg en omgeving is nog veel van zijn kleinere werk hij particulieren te vinden.  De tentoonstellingen in Domburg behoorden tot de hoogtepunten van het kunstleven in Nederland in de jaren 1910-1920.
Toorop koos niet alleen Domburg als onderwerp en achtergrond van zijn schilderijen en tekeningen. Hij maakte ook nogal eens een uitstapje naar Westkapelle, voor zijn modellen maar ook omdat het dorp en zijn inwoners een artistieke inspiratie boden.

"Westkappels" werk van Jan Toorop:

Godsvertrouwen, met de vuurtoren op de achtergrond, 1907, potlood en krijt op papier, 56x42 cm, particuliere collectie

Dijkweg bij Westkapelle, 1910, olieverf op paneel, 35x46 cm, particuliere collectie

Westkapelle, 1919, Teylersmuseum Haarlem

In 1914 leerde Toorop Miek Janssen kennen, die Toorops mystiek goed aanvoelde en hem toen hij ten gevolge van een ongeneeslijke ziekte invalide was geworden, tot z’n dood heeft verzorgd en met haar vriendschap heeft gesteund.

Gepl. 26 juni 2015