Abraham Caland

Abraham Caland (Westkapelle, 22 maart 1789 - Middelburg, 11 april 1869), waterstaatkundige en dijkbouwer

Abraham Caland was een zoon van Pieter Marinusse Caland en Janna Abrahamse Louwerse en dus een telg uit de Westkapelle familie Caland/Kaland; zie de familiestamboom . Hierboven zijn portret op een schilderij uit 1865, behorend tot de collectie van het archief Schouwen-Duiveland

Zelden heeft een Zeeuw zo'n opmerkelijke carrière gemaakt als Abraham Caland. Van dijkwerkersjongen klom hij op tot een opmerkelijk bekende waterstaatingenieur. Abraham Caland was een gewone Westkappels dijkwerkerszoon. Net als zoveel van zijn doprsgenoten ging de kleine Bram aan 'de dijk' werken. De Westkappelse zeedijk had veel onderhoud nodig en verschafte daarmee een groot deel van het dorp een broodwinning. Bram groeide op in een buitengewoon armoedige tijd. Het verhaal gaat dat hij uit bedelen werd gestuurd om zo het gezinsinkomen op peil te houden. Van deze bedeltochten hield Bram wat duiten over en ging ermee naar de schoolmeester van zijn dorp om les te krijgen. Die onderkende het talent van de jongen en gaf Bram zoveel onderwijs dat hij in 1803 werd toegelaten op het instituut voor de waterstaat, dat gevestigd was in de Abdij in Middelburg.
Daarna werd hij opzichter bij de polder Walcheren. In 1812 stapte hij over naar Rijkswaterstaat. Vanaf 1826 was Caland in Zierikzee werkzaam waar hij verantwoordelijk was voor Schouwen-Duiveland en later ook voor Tholen en Sint Philipsland. Hij doorliep er alle rangen tot hij uiteindelijk in 1837 hoofd werd van het district Zeeland.
In de omgang was hij niet altijd gemakkelijk. Tijdgenoten vonden hem zeer autoritair. In zijn tijd hielden de ingenieurs van Rijkswaterstaat zich ook bezig met de bouw van kerken vanwege de rijkssubsidies voor de bouw ervan (ook de kerk in de Zuidstraat in Westkapelle was een zgn. "waterstaatskerk"). Dat verklaart de bemoeienis van Abraham Caland met onder meer de bouw van de Nieuwe kerk in Zierikzee, waarvan de plannen naar zijn inzichten werden gewijzigd in de huidige zaalkerk. In de rang van hoofdingenieur bleef Caland actief tot 1854.
Opmerkelijk was dat Abraham Caland vervolgens aan een bestuurlijke carrière begon want hij werd president van de Centrale directie van de Polder Walcheren. Daarnaast was hij ook lid van de gemeenteraad in zijn woonplaats Middelburg en enige tijd lid van provinciale staten. Faam kreeg Caland door zijn publicaties. Hij schreef over de Zeeuwse polders, ontwierp een haven voor Scheveningen en dacht mee over een directe verbinding van Amsterdam met de Noordzee.

Titelpagina van zijn gepubliceerde ideeën over de Amsterdamse zeehaven

Zijn meest indrukwekkende publicatie was de 'Handleiding tot kennis der dijksbouw en zeeweringskunde', dat in 1833 in Zierikzee verscheen. Nog altijd is dat een betrouwbare gids voor wie wil weten wat het waterstaatswerk in de negentiende eeuw inhield.

Titelpagina van Caland's hoofdwerk

Ook Abrahams zoon Pieter Caland kreeg landelijke bekendheid. Hij trad in de voetsporen van zijn vader en was de grote man achter de Nieuwe Waterweg, een project waarmee hij in zijn tijd veel verguizing moest ondergaan. Pas later zijn de verdiensten van Pieter Caland erkend want deze verbinding was essentieel voor de afwatering van de grote rivieren en zorgde bovendien voor de opbloei van Rotterdam als wereldhaven. Aan het huis waar hij in 1826 in Zierikzee werd geboren, werd in 1969 een gedenkplaat aangebracht door het Genootschap Roterodamum. In de wijk Malta werd een weg en een plein naar hem vernoemd.
Vader Caland moest zijn Piet vaak een hart onder de riem steken als hij weer het mikpunt van kritiek was geweest. In 1868 schreef hij: 'Bedenk dat er nooit iemand geweest is, of hij leed aanstoot, miskenning en somtijds verguizing; doch wien men naderhand geen lofzangen genoeg had, ja er zelfs standbeelden voor oprigtte'. Nog geen veertig jaar later werd in Rotterdam een monument voor Pieter Caland onthuld.

Portret van Abraham Caland uit 1843, collectie gemeente Rotterdam

In het Waterbouwkundig Tijdschrift van juli 1951 verscheen van de hand van M.P. de Bruin een uitvoerig artikel met literatuur- en bronvermelding over het leven en werk van Abraham Caland. Download ditr artikel hier.

Abraham Caland is in zijn geboorteplaats Westkapelle lange tijd min of meer in de vergetelheid geweest. Na de dijkverzwaring in de jaren 1986-1988 werd een plein met een parkeerplaats, dat was gevormd aan het einde van de Zuidstraat bij de opgang naar de dijk, het Abraham Calandplein genoemd. In een keermuurtje tegen de dijk is als eerbetoon aan deze invloedrijke Westkappelaar een bronzen  plaquette met zijn beeltenis aangebracht.

Geact. 19 juni 2015