De Franse tijd 1800-1814

Over de lotgevallen van Westkapelle en de Westkappelaars ten tijde van de Bataafse Republiek, het koninkrijk Holland en de inlijving bij Frankrijk zijn niet veel officiële documenten of kronieken bewaard gebleven. Door bouwvalligheid van het stadhuis was de gemeentelijke dienst gevestigd ten huize van de stadssecretaris; waarschijnlijk zijn de archiefstukken daar verloren gegaan.
Veel plezier hebben de inwoners van Walcheren en Westkapelle waarschijnlijk niet beleefd aan de Franse overheersing.
Vanaf 1800 tot 1814 werden in en om Westkapelle Franse troepen gelegerd, in tentenkampen op het noorder- en zuidervroon en ook ingekwartierd bij burgers. Aanvankelijk bestond het Franse garnizoen uit maar liefst 3000 militairen. Door hun gedrag en opstelling werden de Fransen door veel Westkappelaars gehaat. Soms leidde dit zelfs tot moord op Franse militairen. 

   Spotprent van een Franse bewaker van de Zeeuwse kust

Dat Westkappelaars werden opgeroepen voor de militaire dienst en mee moesten vechten (en sneuvelden) in de veldtochten van Napoleon was helemaal traumatiserend. Ook de verplichte communicatie in het Frans leidde tot veel onrust en onduidelijkheid.
De oorlog tussen Frankrijk en Engeland werd deels op Walchers grondgebied uitgevochten door de inval van de Engelsen in 1809. Daarnaast werd het eiland geteisterd door Engelse beschietingen vanuit zee, wat veel schade en slachtoffers eiste. Ook Westkapelle kreeg te maken met een kortdurende Engelse bezetting in 1809.
De Engelse Walcheren-expeditie was in 1810 aanleiding voor Napoleon Bonaparte om Walcheren en ook Westkapelle te bezoeken. Overigens liep te Engelse expeditie uit op een fiasco omdat veel soldaten bezweken onder de "Zeeuwse koorts",  een vorm van malaria.
Na de nederlagen van Napoleon in 1813 en 1814 vertrokken de Fransen vrij onverhoeds uit Westkapelle, maar niet nadat zij hun kruitmagazijn op het zuidervroon hadden laten ontploffen, met veel schade en consternatie in het dorp. Niettemin betekende het einde van der Franse bezetting een grote opluchting. De Franse taal werd uit het openbare gebruik verbannen. Een Westkappelse ambtenaar van de burgerlijke stand had zo’n afkeer van de Fransen en het Frans gekregen, dat hij in alle akten en namen de Franse C veranderde in een Nederlandse K. Namen als Jakob, Kornelis, Jakobus, Kaland, Kabboord, die ooit met een C. werden geschreven, hebben vanaf die tijd in Westkapelle, anders dan vrijwel overal elders, een K.