Cultuur

Een klein dorp bood moedig weerstand !

Wie kent niet de inleiding van de stripverhalen over Asterix en Obelix ? Een epos over de twee Bretonse helden uit een dorpje dat door een eigen cultuur en de daarin ontwikkelde toverdrank, weerstand kon bieden aan de Romeinse overheersing.

Dit oude dorp kan model staan voor Westkapelle dat er ook in geslaagd is tegen de stroom in haar eigen cultuur overeind te houden. De Westkappelaars hebben geen toverdrank maar ze hebben wel de dijk. En door die dijk waren het leven in Westkapelle en de middelen van bestaan heel anders dan in de andere dorpen en steden op Walcheren. Op eigen kracht en met de dijk als een allesoverheersend en samenbindend fenomeen slaagde Westkapelle er in een harmonieuze samenleving op te bouwen. Binnen die samenleving ontstond mede dor het zelfgekozen isolement, een trotse, unieke, met tradities omgeven cultuur, die tot op de dag van vandaag voortleeft. De Westkappelaars beseffen dat zelf terdege en vandaar dat ze in de loop van de geschiedenis steeds gehecht zijn gebleven aan hun eigen cultuur. Net als Asterix en de zijnen hebben ze zich niet gemakkelijk overgegeven en zijn ze weerstand blijven bieden aan een bredere Zeeuwse, nationale, laat staan mondiale cultuur.
Die eigen cultuur
Westkapelle was “anders” en is anders gebleven. Een andere geschiedenis, anders in dialect, in klederdracht, met aparte bijnamen, tradities die nog steeds in ere worden gehouden, in “the way of life”, in kunstuitingen en zelfs met een eigen volkslied. Je was en bent “Wasschappelaer”en dat zegt genoeg, zowel voor henzelf als voor outsiders.

Veel aspecten van de huidige way of life zijn terug te voeren tot het vooroorlogse Westkapelle, de tijd dat het dorp nog door velen als een staat binnen een staat, soms zelfs als de “republiek Westkapelle” beschouwd werd. Dit vooroorlogse Westkapelle straalde naar buiten toe een hechte eenheid uit en zo werd het ook door buitenstaanders ervaren. Maar dit vooroorlogse Westkapelle was toch een eenheid in verscheidenheid. Er bestonden zekere klasse- of standsverschillen. In hoofdzaak waren er twee groeperingen te onderscheiden.
De grootste groep werd gevormd door de werkmensen, waarvan de meesten dijkwerker waren. Deze dijkwerkers bepaalden in hoge mate het beeld dat anderen zich van Westkapelle vormden.
Maar daarnaast bestond er ook een belangrijke andere groep, misschien moet je zelfs van een “stand” spreken. Dit waren de zelfstandige boeren, die grond en vee in eigendom hadden. In vergelijking met het echt agrarische gedeelte van Walcheren waren het zeker geen grote hofsteden, laat staan herenboeren. Ze hadden hun bedrijf vrijwel allemaal binnen de dorpskern en hadden buiten het dorp betrekkelijk weinig grond, een kleine veestapel en slechts bij uitzondering personeel in dienst.
Al was de grens tussen de twee “standen” niet altijd duidelijk te trekken, naast de vele overeenkomsten bestonden er ook opmerkelijke verschillen: verschil in bezit en welstand, een andere kleding, een ander stamcafé, verschillen in houding en zelfbewustzijn en een andere levensbeschouwing.
Min of meer boven de twee standen stond een kleine groep van notabelen, bestaande uit de burgemeester, de dokter, de dominee, de hoofdonderwijzer en enkele van buiten het dorp afkomstige personen met een ambtelijke of zelfstandige functie. Daar tussen in leefden nog een aantal kleine zelfstandigen en ambachtslieden.
Dwars door de economisch bepaalde standen liepen verschillen in godsdienst. Hoewel de meesten wel Ned. Hervormd gedoopt waren, liep de religieuze beleving uiteen van zeer streng in de leer tot “niets”. Die laatsten werden door de kerkelijk meelevenden beschouwd als “vieandig”.
Kortom, Westkapelle was een homogene omgeving, gestuurd door het “Westkapelle-gevoel”, met   onder de oppervlakte een grote diversiteit.

Maar Westkapelle staat niet stil. Ook al is nog steeds sprake van een Westkappelse identiteit, zo anders als het vooroorlogse Westkapelle was, zo anders is het nu (in veel opzichten gelukkig) niet meer.

De Westkapelse cultuur uit zich  vooral in de cultuurgeschiedenis, de taal, de klederdracht, de tradities en de kunsten.