Artikelindex

Westkapelle zingt, altijd en overal

Over ouwerwesse en community singing


„Wo man singt, da laß' dich ruhig nieder, böse Menschen haben keine Lieder“. Schone woorden die worden toegeschreven aan de Duitse 18e-eeuwse dichter Johann Gottfried Seume. Niet voor niets dus is Westkapelle zo aantrekkelijk voor Duitse (en andere) toeristen, want hier is het zingen en dan vooral in de vorm van „community singing“, een waar cultuurfenomeen. Oude volksliederen en balladen, we zingen ze bij allerlei feestelijkheden en vroeger ook tijdens het werk.


Met de flessen op tafel, inhaken en ouwerwesse zingen; foto Daan Minderhoud

“Ouwerwesse” heten de liedjes en ze gaan over oorlogsleed, schipbreuk, versmade liefde en door booswichtigheid bedreigde onschuld, 't is altoos geween en tandengeknars. Maar we moduleren hier makkelijk van mineur naar majeur. Juist door het bezingen van ’s werelds rampspoed, zijn we ertegen gewapend en kunnen we ons hartstochtelijk overgeven aan feesten en bacchanalen.

Maar wat zijn dat het eigenlijk voor liedjes, die ons van zwartgalligheid naar euforie kunnen voeren? Volksliederen, heten ze dus ook wel en die benaming is verzonnen in de tijd van de Romantiek (19e eeuw) door de Duitse filosoof Johann Gottfried Herder (1744-1803). Een volkslied stamt volgens Herder uit een rijk verleden en is steeds van mond tot mond doorgegeven. Rationalisten waren er niet zo kapot van, niet ten onrechte, want ook de eigen-volk-best-fanaten waren en zijn dol op deze liedjes. Hoe dan ook, veel van onze ouwerwesse passen wel een beetje in de definitie van Herder. Maar Westkappels zijn ze beslist niet. Wat wij ouwerwesse noemen, is een bonte verzameling van volks- en straatliedjes en verhalende liederen, die rondtrekkende troubadours overbrachten op markten en kermissen. Van alle tijden uit alle windstreken, zoals onze versie van het Duitse:
O Straβburg, o Straβburg, du wunderschöne Stadt
Darinnen liegt begraben ein manniger Soldat.

In honderden jaren oude liedboeken Als het Antwerps Liedboek (1544) en Souterliedekens (1540) komen al versies voor van liedjes die ons nu nog steeds aanspreken. Het Ruitertje, Het Groenelands Straatje en Klein nachtegaaltje vogeltje schoon, dat zijn zulke oer-ouwerwesse. Slaap je of waak je of ben je half dood, van je limme domme dijn, Maarten Pouwelse en zijn vrouw zongen het in 1962 op de radio bij “Onder de groene linde”.
Wat in 17e-eeuwse schilderijen wel 'disguised symbolism' heet, vinden we in zekere zin ook in deze oude liedjes. De nachtegaal staat van oudsher voor minnebode. Vrijen en zich overgeven aan het genot der liefde wordt verbeeld met 'den coelen wijn drincken' en ook met 'in 't groene gaen'. De rozemarijn is het zinnebeeld van droefheid of het graf.

Ouwerwesse zingen is niet ouderwets maar trendy. En dat heeft zeker ook te maken met de moderne maar melancholieke hang naar nostalgie. Museum Het Polderhuis heeft op de zangcultuur ingespeeld en organiseert al jaren drukbezochte zangavonden onder het motto “Zing maar mee!”.
Ooit bestond de gedachte dat het snel gedaan zou zijn met de ouwerwesse. André Louwerse, een oud-Westkappelaar die in Hilversum bij de radio werkte, voelde zich daarom geroepen om in 1964 zijn 'Volksliederenarchief Westkapelle' te maken. Dat moet nog ergens in het gemeentearchief zitten. Nu weten we dat het anders gegaan is. De ouwerwesse zijn populairder dan ooit en het archief van onze radioman bevat maar een klein deel van alle liedjes die nu jong en oud zo graag meezingen.
We beleven een revival van onze van onze ouwerwesse en laten we er ook zuinig op zijn. Veel liedjes horen niet alleen bij ons cultuurgoed maar zijn ook muzikale en poëtische briljanten. Luister naar De Schildwacht uit de Pruisische militaire traditie en huiver:
En weder dondert haar in ’t oor:
Wer da ?, de derde keer.
Nu wil zij roepen….., maar een schot
vlamt uit haar zoons geweer . 

Of de hunkering in het Lied van de pelgrim:
Hij nadert het huisje, hij wil het betreên
maar neen hij moet verder, moet verder heen.

Een schoon loflied op de mei en de natuur:
Ik zag zo menig pluimgediert
dat door velden en bossen zwiert.

Deze emotievolle lyriek en de sprankelende melodieën hadden zo kunnen komen uit Die Winterreise of Die schöne Müllerin van Schubert en Müller.

In de in Westkapelle van oudsher wat antimilitaristische, gezagwantrouwende traditie vielen de ook vroeger al veel voorkomende aanklachten tegen de oorlog en het soldatenleven in goede aarde. Oorlogstoneel wat zijt gij wreed, het Lied van een markententer, Sedan, De Klassiaan en ook Achter in het stille klooster, ze spreken duidelijke taal.
Door de Boerenoorlog (1899-1902) geïnspireerd is Lage wraak van Engeland. Dit is een protestsong avant la lettre, die met de woede over de concentratiekampen en een felle uithaal naar Chamberlain niet wezenlijk anders is dan het Vietnampamflet Welterusten meneer de president. De Nederlandse aversie jegens Engeland over het optreden tegen onze “broeders” in Zuid-Afrika werkte nog door tot in de 1e Wereldoorlog. Soms slaan de liedjes naar hedendaagse maatstaven nogal door. In 't verre Transvaal gaat over de Slag bij Elandslaagte (1899) en daarin staan onze echte Germaanse reuzen met goed boerenbloed en 'with God on our side' tegenover de Britse duivel. Een stuitende verheerlijking van de eigen aard vind je ook in In het zuidelijk gedeelte, over de 10-daagse veldtocht na de afscheiding van België (1831).
Toch zijn de liedjes over waargebeurde drama’s een welkome geschiedenisles. Napoleon is een veelvoorkomend thema en ook schipbreuken waren spraak- en liedmakend. Het verhaal en van de Titanic (1912) en de groteske film daarover kennen we allemaal en de tekst van ons liedje had zo als het filmscenario kunnen dienen.
Ook het buiten Westkapelle niet zo bekende De Willem II bezingt een waargebeurde tragedie. De ‘Prins Willem II’ was in 1910 onderweg van Amsterdam naar Paramaribo. Het schip is nog gezien voor Ouessant in Bretagne en is daarna naar men aanneemt in een zware storm vergaan. Van schip en opvarenden werd nooit meer iets vernomen.

Scabreuze liederen zijn er ook volop en die kunnen we even passievol zingen. Het valt op dat zulke liedjes nogal eens over de molenaar gaan en ook dat is een symboliek. In oude teksten wordt de molenaar vaak voorgesteld als een obscene figuur en staat het malen der molenstenen gelijk aan de liefde bedrijven.

De oude liederen werden niet alleen in Westkapelle gezongen en er bestaat een uitgebreide literatuur en beschrijving over. Toch worden ze overal weer iets anders gezongen. Van een honderdtal liederen zijn de Westkappelse versies onder de titel Gouwe Ouwe in 2006 geboekstaafd door Kees van Rooijen (1920-2010) en Kris Minderhoud (1920-2017). Het bijzondere daarvan is dat Kees van Rooijen ook alle liedjes heeft voorzien van de toonzetting.


Met toestemming van de nabestaanden van Kees van Rooijen kan het boekwerk Gouwe Ouwe op deze website integraal geraadpleegd worden.
Klik hiervoor op een van onderstaande links.

Gouwe ouwe - voorblad, voorwoord, inhoudsopgave
Ouwerwesse A-D
Ouwerwesse E-K
Ouwerwesse L-S
Ouwerwesse T-Z

10 februari 2021